Kies een oefenvorm. Je begint steeds bij level 1 en klimt vanzelf omhoog: na drie goede antwoorden op rij ga je een level verder.
Weet je nog niet hoe het werkt? Bekijk eerst de uitleg.
Omrekenen
Van de ene eenheid naar de andere, en wetenschappelijke notatie.
5 km = … m
Wat wil je oefenen?
Hoe moeilijk?
Welke is het grootst?
Drie waarden van dezelfde grootheid, in verschillende eenheden. Soms zijn ze alle drie gelijk.
2500 mm of 2,5 m?
De voorvoegseltabel
Naam, symbool en factor. Eén vakje staat er al, de andere twee vul je in.
micro · µ · 10⁻⁶
Opgave 1